Drempelbedragen

In de Europese aanbestedingsrichtlijnen zijn drempelwaarden (drempelbedragen) vastgesteld. Een overheidsopdracht waarvan de geraamde waarde evenveel of meer bedraagt dan het drempelbedrag moet verplicht Europees worden aanbesteed overeenkomstig de Europese aanbestedingsrichtlijnen die in de Nederlandse wetgeving zijn ge´mplementeerd in de Aanbestedingswet 2012 (hierna ook wel: “AW 2012’).

De Europese Commissie stelt elke twee jaar nieuwe drempelwaarden vast. Voor verschillende soorten overheidsopdrachten en verschillende soorten aanbestedende diensten c.q. speciale sectorbedrijven gelden specifieke drempelwaarden.

Voor toepassing van deel 2 en deel 3 van de Aanbestedingswet 2012 is vereist dat de geraamde waarde van de opdracht – exclusief omzetbelasting – de toepasselijke drempelwaarde overschrijdt. Voor de periode van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015 zijn de drempelbedragen vastgesteld in Verordening nr. 1336/2013 van de Europese Commissie van 13 december 2013 (Publicatieblad EU 14 december 2013, L 335/17).

De belangrijkste drempelbedragen voor de periode 2014/2015 zijn: 

Werken  Leveringen 

Diensten 

Speciale sectoren  € 5.186.000  € 414.000

€ 414.000 

Centrale overheid  € 5.186.000  € 134.000

€ 134.000

Decentrale overheid  € 5.186.000  € 207.000 € 207.000

 
De drempelwaarden voor overheidsopdrachten voor werken zijn voor aanbestedende diensten van de Rijksoverheid gelijk aan die van andere aanbestedende diensten. Bij opdrachten voor leveringen en diensten verschillen de drempelwaarden voor de Rijksoverheid van die van andere aanbestedende diensten c.q. speciale sectorbedrijven.

Uitgangspunt bij het bepalen van de geraamde waarde van de opdracht is dat moet worden uitgegaan van de waarde van de opdracht ten tijde van het verzenden van de aankondiging (zie artikel 2.15 AW 2012). De Aanbestedingswet 2012 bevat diverse nadere regels voor de bepaling van de waarde van de opdracht. Aan deze regels ligt steeds de basisregel ten grondslag dat aanbestedende diensten de opdrachten niet mogen splitsen met het doel de werking van de aanbestedingsregelgeving te omzeilen. Uitgangspunt is de geraamde waarde van de opdracht gedurende de gehele contractduur van de overeenkomst, inclusief opties en verlengingen (artikel 2.15 lid 2 AW 2012). In beginsel heeft de aanbestedende dienst volledige vrijheid bij het formuleren van zijn opdracht, mits er geen sprake is van ontduiking van de aanbestedingsplicht of het bewust verstoren of beperken van de mededinging.


Downloads

• Verordening nr. 1336/2013 van de Europese Commissie van 13 december 2013 (Publicatieblad EU 14 december 2013, L 335/17)


Downloads bij dit artikel


Verordening nr. 1336/2013 van de Europese Commissie van 13 december 2013 (Publicatieblad EU 14 december 2013, L 335/17)
Auteur: Publicatieblad EU | Publicatiedatum: 14 december 2013